Slag bij Passendale

Al sinds 1915 speelt het Brits opperbevel met het idee om een doorbraak in Vlaanderen te forceren. Maar de Duitsers zijn voorbereid. Een netwerk van bunkers controleert het slagveld.
CO2265 © CWM 19930013-528
Het operatiegebied bij Passendale, 1917.
E01237© AWM E01237

Op zoek naar een doorbraak in Vlaanderen

Op 31 juli 1917 is het zover. Ruim 4,2 miljoen granaten worden op de Duitse posities gekegeld. De beschietingen missen doel. Bunkers blijven gespaard terwijl het landschap wordt omgewoeld en het afwateringssysteem wordt vernietigd. Enkele zomerse plensbuien veranderen het operatieterrein in een moeras. Dieren, mensen en machines zakken weg in de modder.

Na weken ploeteren vervoegen Nieuw-Zeelanders, Australiërs en Zuid-Afrikanen de uitgeputte Britse divisies. Na een kort momentum stokt de aanval opnieuw. Vooral 12 oktober is een fiasco. Nieuw-Zeelanders en Australiërs lopen zich kapot op de versterkte hoogtes bij Passendale. De Britse doorbraak richting Vlaamse kust dreigt op een mislukking uit te draaien.

III 17b1© Wilfried Deraeve

Passchendaele!

Het offensief stoppen, hoeveel levens dit ook kan redden, is voor het opperbevel geen optie. Een overwinning, ook al is die symbolisch, is broodnodig. Veldmaarschalk Haig’s blik valt op Passendale. Het stukgeschoten dorpje bovenop de West-Vlaamse heuvelrug is sinds 1914 in Duitse handen en heeft mythische proporties aangenomen.

Om die prijs binnen te halen, wendt Haig zich tot de Canadezen. Arthur Currie, de bevelhebber van het Canadese Korps is not amused. Wanneer Haig hem benadert, repliceert hij:

"Passendale! Wat hebben we daar aan? Laat de Duitsers het houden. Dat ze erin rotten! Rotten in de modder! Dit is een vergissing. Het moet een vergissing zijn! Het is geen druppel bloed waard."
General Arthur William Currie
Sir General Arthur William Currie© Smithsonian American Art Museum

Maar Currie heeft geen keuze. Schoorvoetend aanvaardt hij de opdracht. Op de voorwaarde dat hij tijd en vooral extra geschut krijgt. Meer dan één kanon voor iedere vier meter front.

In een eerste fase moeten de troepen zich bevrijden uit de modder. Eens ze hogere en drogere grond bereiken, ligt Passendale voor het grijpen. Het stukje heuvelrug ten noorden van Passendale wordt tijdens een laatste fase ingenomen.

”I fell into the bottomless mud, and lost the light “

Niets kan de Canadezen voorbereiden op de hel van Passendale. Dorpen, die sommigen nog kenden van 1915, zijn van de aardbodem verdwenen. De wegen zijn gereduceerd tot modderige waterlopen. Stellingen verzopen of onbestaand en de Duitse artillerie bestookt de aanvoerlijnen.

In de vroege uren van 26 oktober 1917 braakt de artillerie haar dodelijke lading uit. De verdedigers trekken zich terug in hun schuilplaatsen. Wanneer de zware dreunen wegsterven en de Canadese jongens voorwaarts trekken, bemannen de Duitsers hun machinegeweren.

De weerstand is groot. De verliezen navenant.

Bellevue, het zwaartepunt van de verdediging ten westen van Passendale, valt. De Canadezen zitten op de heuvelflank.

Ook de hernieuwde opmars op 30 oktober verloopt uiterst moeizaam. Ploeterend door het slijk vormen de mannen gemakkelijke doelwitten.

Toch wordt succes geboekt. Crest Farm, een tot de tanden bewapend bolwerk voor Passendale, wordt ingenomen.

Mike Foxhead
Mike Foxhead
Mike Foxhead

Mike Foxhead

Mike Foxhead

Ondanks de nood aan mankracht is het Canadese leger wantrouwig om autochtonen in de rangen op te nemen. De ongeziene verliezen brengen hier verandering in. Er wordt besloten actief te rekruteren onder de inheemse volkeren.

Het wantrouwen bij de Eerste Naties van Canada, Inuit en Métis, ten opzichte van de regering en het leger is groot. De stammennaties staan onverschillig, zelfs ronduit vijandig tegenover een oorlog waar ze niets mee te maken hebben. Toch is de rekruteringscampagne in de reservaten een succes. Veel jongens zijn gretig om zich te bewijzen en nemen vrijwillig dienst.

De 18-jarige cowboy Mike Foxhead vervoegt in september 1917 het 50th Battalion (Calgary).

In het holst van de nacht arriveert Mike’s eenheid op 21 oktober 1917 bij Ieper. Na een korte pauze voor thee en rantsoen trekt zijn bataljon verder naar het oosten, dieper de nachtmerrie in. Voor ze hun posities goed en wel kunnen innemen, worden ze al onder vuur genomen. De schokken van de explosies rukken gasmaskers van de gezichten. Verschillende jongens worden vergast.

De volgend dag bevindt Mike zich in de frontlijn bij Tyne Cot. De omstandigheden zijn verschrikkelijk. De Canadezen wachten opeengepakt de aanval van 26 oktober af. De eenheden liggen onder constant vuur. Een overlever van het 50th Battalion omschrijft de doortocht bij Passendale als volgt:

'Sterfteplaats'
"De modder en de regen gecombineerd met de ellendige kakofonie van ontploffende granaten, gillende kogels, versplinterende shrapnel en het gekrijs van de gewonden en stervenden, dreef de mannen gek, sommigen werden compleet krankzinnig. Het was de regelrechte hel."

Mike Foxhead, amper 19, komt om het leven op 23 oktober 1917. Hij krijgt een veldgraf nabij Tyne Cot.

CO3751© BAC LAC O-3751
Een Canadese smalspoor eenheid vervoert zware artillerie over de verdronken vlakte voor Passendale, november 1917.

“We penetrated deeper and deeper into the heart of darkness”

Op een kille 6 novemberochtend lanceren de Canadezen hun ultieme aanval op Passendale. Duitse posities worden omsingeld en bijgestaan door lichte machinegeweren en mortieren klaart de infanterie de klus. Het devies is fire and movement. Blijven bewegen en blijven vuren. Gerichte beschietingen, grondige logistieke voorbereidingen en stoottroeptactieken werpen hun vruchten af. De ruïnes van Passendale worden ingenomen. Toch blijven de verliezen onnoemelijk zwaar.

De Duitse veer is gebroken. Massaal gaan de handen de lucht in. Na drie maanden, 600.000 slachtoffers en meer dan 175.000 doden heeft het opperbevel zijn trofee. In een paar weken vinden 4.000 Canadezen de dood, ruim 12.000 zijn gewond, ontelbaren zijn getekend voor het leven.

John William Collins & William Lister Morrison
IMG 7349 1273x1280 1500x1500
IMG 7349 1273x1280 1500x1500

John William Collins & William Lister Morrison

John William Collins & William Lister Morrison

Het 2nd Battalion (Eastern Ontario Regiment) telt in enkele luttele uren 267 doden, gewonden en vermisten. De 30-jarige John Collins en de 10 jaar jongere William Morrison, sneuvelen vlakbij het beoogde doel. De twee worden samen begraven aan de Paardebosstraat, vlakbij wat de Britten Valour Farm noemen.

'Sterfteplaats'
William Lister Morrison
John William Collins

CO2246

Canadese positie bij Passendale, 1917.

"In totaal heb ik eenendertig maanden in Frankrijk en België gediend. En ik zou het zo allemaal opnieuw doen in plaats van die zes weken bij Passendale."
Na de oorlog tracht Gunner Ernest Black de Slag bij Passendale in woorden om te zetten
CO2214© BAC LAC O-2214
Een gewonde Canadees wordt langs een aantal veldgraven geëvacueerd, november 1917.
"We will remember them"

Ontdek het verhaal van Canadese vermisten op het online portaal.

WOI liet heel wat sporen na in de Westhoek. Monumenten, begraafplaatsen en bunkers liggen verspreid in het landschap. Het online portaal zet in op de stille getuigen van de oorlog. Het wil vermiste Canadezen opnieuw zichtbaar maken, opnieuw een plaats in het landschap geven. Nieuwsgierig om hun verhalen te ontdekken?

Onze site maakt gebruik van cookies, lees hier meer.