'Land of mine'

In 1915 worden twee nieuwe Canadese divisies ontplooid en wordt het Canadese legerkorps opgericht. Een vierde en laatste gevechtsdivisie volgt in 1916. Begin 1916 betrekt het Canadese legerkorps posities ten zuiden van Ieper. Opnieuw zullen de Canadezen zwaar op de proef gesteld worden.
St Eloi Craters Kemmel in the background 1919 BAC-LAC O 4681 © BAC LAC O-4681
Krater bij St-Elooi, 1919.

Sint-Elooi

Bij Sint-Elooi, ten zuiden van Ieper, ligt The Mound, een afvalhoop van een steenbakkerij. Het heuveltje is in Duitse handen en een doorn in het oog van de Britse legerleiding. Op 27 maart 1916 reduceren zes dieptemijnen The Mound tot enkele kraters.

Na een week van bloedige gevechten zijn de kraters in Britse handen. Begin april lost de kersverse 2e Canadese Divisie de Britten af. Het is de eerste maal dat ze in actie komt.

Hun posities zijn amper uitgebouwd. Loopgraven zijn ondiep en staan vol water. Overal liggen lijken en gewonden. Het is te gevaarlijk om ze te evacueren. Het diepe slijk verhindert iedere verplaatsing. Wie in een krater valt, verdwijnt in het stinkende slijm. Sluipschutters en artilleriespotters straffen iedere beweging af.

Op 6 april lanceren de Duitsers een tegenaanval. Een uren durend bombardement veegt de Canadezen weg uit de kraters. Het gewonnen terrein wordt terug verloren. Alle doden, verminkten en gekwetsten zijn een maat voor niets geweest.

Robert Myles Elliott
Robert Myles Elliott
Robert Myles Elliott

Robert Myles Elliott

Robert Myles Elliott

Na de slag bij The Mound blijven de Canadezen in de buurt. Op 23 mei 1916 vertrekt het 28th Battalion (Northwest) naar de voorste linie. Eén van de jongens, die gespannen zijn plaats inneemt, is Robert Myles Elliott. Plots weerklinkt een schot. Robert zakt neer. Een Duitse kogel heeft hem in de knie geraakt. De jongen raakt in shock en bezwijkt binnen de 10 minuten aan bloedverlies. De 26-jarige was als jonge twintiger van Schotland naar Canada gemigreerd. Vijf jaar later sterft hij in het slijk bij St. Elooi. Robert wordt aan de frontlijn begraven.

'Sterfteplaats'
  • Canadian troops in the front line trenches at Ploegsteert March 1916 IWM Q 446© IWM Q 446
    Bij Sint-Elooi trekken de Canadezen voor de eerste maal ten strijde met een stalen helm. Het aantal hoofdwonden valt drastisch terug, Ploegsteert maart 1916.
  • Helm© CWM 20000112 010
    De rode rechthoek op de helm geeft aan dat de eigenaar ervan diende in het 2e bataljon Infanterie.
Lunch in de loopgraven, juni 1916.© BAC-LAC O 88

Mount Sorrel

Eind mei 1916 verdedigt de onervaren 3e Canadese Divisie de omgeving van Mount Sorrel, een van de weinige hoogtes bij Ieper in geallieerde handen. In de ochtend van 2 juni 1916 worden de Canadese posities aan flarden geschoten. Op de middag brengen de Duitsers vier mijnen tot ontploffing.

Tegenover de Canadezen liggen troepen van het Koninkrijk Württemberg De Württembergers overspoelen de hoogtes en laten op 6 juni opnieuw vier mijnen springen. Hooge, op nog geen uurtje wandelen van de Menenpoort, wordt zonder noemenswaardige tegenstand ingenomen.

Op het Brits hoofdkwartier gaan alarmbellen af. Ieper staat op het punt te vallen. In allerijl wordt extra geschut naar Vlaanderen gestuurd. Plots keren de rollen. Na een hevige artilleriebeschieting nemen de Canadezen de strategische hoogtes terug in.

Norman Southorn
Norman Southorn
Norman Southorn

Norman Southorn

Norman Southorn

Meteen na de Duitse aanval wordt het bevel tot een tegenaanval gegeven. Versterkingen worden in allerijl naar het front gestuurd. Ze marcheren de hele nacht. De operatie is haastig ineen geflanst. Aan de startposities heerst verwarring. Aarzelend zetten de bataljons de aanval in.

Het is intussen volop dag. Slechts kleine groepjes weten de Duitse linies te bereiken onder het moordend vuur. Vooral het 14th Battalion (Royal Montreal Regiment) krijgt het hard te verduren. Na amper driehonderd meter is twee derde van het bataljon uitgeschakeld.

Norman Southorn is pas 19 wanneer hij dienst wil nemen. Norman is vastbesloten. Zijn ouders kunnen hem niet op andere gedachten brengen. In de hoop zijn zoon toch te beschermen, gaat Norman’s vader, Edward ook in dienst. Maar vader en zoon worden gescheiden. Norman gaat naar het front. Zijn twintig jaar oudere vader wordt in het achterland ingezet. Eind 1915 vervoegt Norman het 14th Battalion. Een half jaar later, wordt hij dodelijk gewond bij de tegenaanval op Mount Sorrel. Norman wordt begraven op Railway Dugouts Burial Grounds, maar zijn graf raakt verloren. In 1919 keert Edward alleen terug naar huis.

'Sterfteplaats'
N 185 T 1 Nr 55© Landesarchiv Baden-Württemberg, Abt. Staatsarchiv Sigmaringen, N 1/85 T 1 Nr. 55
Württembergers in de frontlijn, 1916.

Besluit

Na afloop is de situatie min of meer dezelfde als voor 2 juni 1916, al zijn meer dan 1.100 Canadezen gedood, worden 2.000 mannen vermist en zijn duizenden anderen gewond of getraumatiseerd. Aan Württembergse kant vallen 1.300 doden, 3.982 gewonden en worden 560 mannen vermist.

  • Royal Highlanders of Canada June 1916 BAC LAC O 106© @BAC-LAC O 106
    Royal Highlanders of Canada bij Ieper, juni 1916.
  • Line of lorries ready to take ammunition to the Front June 1916 BAC LAC O 23© BAC-LAC O-23
    Munitie voor de artillerie wordt naar het front vervoerd, juni 1916.
Slag bij Passendale

Ontdek het verhaal van Canadese vermisten op het online portaal.

WOI liet heel wat sporen na in de Westhoek. Monumenten, begraafplaatsen en bunkers liggen verspreid in het landschap. Het online portaal zet in op de stille getuigen van de oorlog. Het wil vermiste Canadezen opnieuw zichtbaar maken, opnieuw een plaats in het landschap geven. Nieuwsgierig om hun verhalen te ontdekken?

Onze site maakt gebruik van cookies, lees hier meer.